Zending is in bijna alle kerken en gemeenten een onderdeel van het kerkelijk leven. De ene kerk legt de nadruk op ontwikkelingswerk in Afrika, de ander heeft contact met gemeentestichters in Zuidoost Azië. De relatie tussen kerk en zending loopt vaak via een organisatie die de zendingsactiviteiten coördineert. In Nederland zijn er grofweg twee modellen zichtbaar die de relatie tussen kerk/gemeente en organisatie  weergeven:

  1. Zending wordt voor de hele denominatie door een bovenkerkelijk orgaan geregeld. Dit orgaan ontwikkelt visie en werkt plannen in de praktijk uit. Kerken ondersteunen dit werk door middel van een jaarlijkse bijdrage. Het bovenkerkelijk orgaan communiceert met de gemeente door middel van contactdagen, een website of nieuwsbrieven. Deze vorm is veelal aanwezig in de Protestantse en reformatorische kerken.
  2. Zending wordt opgepakt door een zendingsorganisatie die los staat van een denominatie. Iemand die zich geroepen voelt om de zending in te gaan, klopt aan bij een zendingsorganisatie. In overleg met een kerk/gemeente wordt een zendingswerker uitgezonden, maar de verantwoordelijkheid en uitvoering ligt bij de organisatie. De kerk/gemeente ondersteunt de zendingswerker via een zendingswerkgroep en kerkelijke activiteiten. Deze vorm is veelal aanwezig in evangelische gemeenten.

Wij zien een groeiende beweging onder kerken en gemeenten om een actieve zendingsrol te spelen. Zij willen niet langer hun mensen sturen en hun (financiële) middelen geven (pay, pray and stay out of the way), maar willen zelf betrokken zijn bij zending. Dat dit een duidelijk bijbels principe is, blijkt uit het feit dat in het boek Handelingen de gemeente actief betrokken was bij het initiëren van missionaire activiteiten (Handelingen 13:1.3). De apostel Paulus rapporteerde na afloop van zijn zendingsreizen aan de gemeente in Antiochië. Het initiatief om een missionaire rol op te pakken, ligt bij de gemeente. Zij denkt na over een visie en stippelt een strategie uit. Zij stuurt mensen uit naar plaatsen op deze wereld waar de naam van Jezus nog niet is gehoord. We merken dat vanuit deze rol de betrokkenheid bij Gods mondiale plan groeit.

Heeft een zendingsorganisatie dan geen rol meer? Wij denken dat een zendingsorganisatie zeker een faciliterende rol heeft. Bij deze organisaties werken professionals die vaak zendingservaring hebben. Ook hebben ze een netwerk in binnen en buitenland waar een kerk/gemeente gebruik van kan maken. Wij zien zeker het belang om met zendingsorganisaties samen te werken als gelijkwaardige partners.

De visie van Missie 1:8 is:

De gemeente helpen haar unieke roeping en gaven te ontdekken en te gebruiken om in samenwerking met anderen Jezus Christus bekend te maken aan alle volken.