Covid-19 veroorzaakt wereldwijd naast heel veel verdriet en onzekerheden ook veranderingen en uitdagingen. Ook de zending kent deze veranderingen en uitdagingen. Want neem bijvoorbeeld de zendelingen die op het punt stonden om uitgezonden te worden en moeten nu voorlopig thuisblijven? Waar gaan ze wonen? Waar gaan de kinderen naar school? Of soms is het andersom en zitten er zendelingen “vast” in het land waar ze mogen dienen. Andere voorbeelden zijn bijvoorbeeld de CMDA bijscholingsconferentie voor artsen en tandartsen in Griekenland die is afgezegd, korte-termijn zending die op lange baan is geschoven en organisaties zoals bijvoorbeeld ECM die hun tweejaarlijkse conferentie voor honderden medewerkers online houdt. In het ND (14 april 2020 “Gedrukt en wel, maar geen feest”) staat een artikel over een bijbelvertaling waar jaren aan gewerkt was en die uiteindelijk gedrukt is, maar waar een feestelijke presentatie ontbrak bij de overhandiging van de eerste exemplaren. Het coronavirus zet niet alleen de plaatselijke kerk op de kop maar ook de zending heeft er een enorme uitdaging bijgekregen.

Pandemie

Deze pandemie gaat de komende jaren grote gevolgen hebben voor de wereldwijde zending. De wereldwijde zending waar de VS veel geld in investeert. Ook al willen we het misschien niet voor waar aannemen, maar er is een wijsheid wat zegt: “when America sneezes, the world catches a cold.” En de VS is flink aan het niezen! Daarom zal het coronavirus gevolgen hebben voor de zending in de breedste zin van het woord. Want ondanks een verschuiving van het christendom naar niet-westerse landen komt nog steeds veel geld voor de wereldwijde zending uit de westerse landen en veel daarvan komt uit de VS. Om verschillende redenen is het aannemelijk dat er nu minder gegeven gaat worden aan de zending onder de onbereikten.

Gevolgen voor de onbereikte bevolkingsgroepen

Volgens Joshua-project gaat er een ontzettend klein percentage van de giften voor zending naar de onbereikte bevolkingsgroepen. Omdat ze al een minimaal deel krijgen zullen deze zendingsprojecten het in verhouding heel zwaar krijgen. Onder het mom van “de eenvoudigste oplossing is de beste” is de eerste vraag: kan de gemeente van Jezus Christus procentueel meer geven aan zending als het economisch minder gaat? Volgens de statistieken valt daar nog veel winst te behalen. Op deze website staan fascinerende en schokkende statistieken voor de kerk en zending. Maar er staat o.a. het volgende over de middelen en de mensen die we hebben:

  • Evangelische christenen konden met slechts 0,03% van hun inkomen voorzien in alle fondsen die nodig waren om een kerk te stichten in elk van de 6900 onbereikte bevolkingsgroepen.
  • De kerk heeft ongeveer 3.000 keer de financiële middelen en 9.000 keer de mankracht die nodig is om de Grote Opdracht te voltooien
  • Als elke “evangelical” 10% van hun inkomen aan missies gaf, konden we gemakkelijk 2 miljoen nieuwe zendelingen ondersteunen.
    Misschien wel juist in deze tijd nu er slecht weer op komst is voor de onbereikten moeten we de vraag stellen: Wat vinden wij als gemeente in Nederland nu echt belangrijk? Zijn de onbereikten voor ons maar 1% van het zendingsbudget waard? Of zit er meer in?